Home > Publicaties > > De vlucht

Publicaties van de WOWD:
welzijn in relatie tot de vlucht naar het thuishok

 


Who is the fastest racing pigeon of all? A preliminary study on the influence of the physical condition of racing pigeons on their flight performance in a varying environment
L. Jeninga (2018), onder supervisie van dr. Fred de Boer en dr. Kevin Matson. Eindrapport Masterstudie Forest and Nature Conservation, Wageningen Universiteit & Research (WUR), Resource Ecology Group. 14 februari, 118 pagina’s.

Samenvatting
Dit eindrapport over onderzoek – uitgevoerd door studente Lizanne Jeninga in het kader van haar masterstudie aan de WUR en in samenwerking met de WOWD – handelt over hoe landschap, weersomstandigheden en fysieke aspecten van de postduif van invloed zijn op zijn weg terug naar huis. Lizanne beschrijft haar onderzoek waarbij zij duiven van de firma Belgica de Weerd volgde vanaf verschillende losplaatsen met behulp van GPS-ringen. Tevens keek zij naar de effecten die het dragen van een GPS-ring hebben op het gedrag van de duif, en beoordeelde zij de betrouwbaarheid van de metingen gedaan met GPS-ringen. Voor wie geïnteresseerd is in het oriëntatievermogen van de duif en in het bijzonder wat onderzoek met GPS-apparatuur aan de kennis daarover inmiddels heeft bijgedragen biedt de inleiding van dit eindrapport alleen al veel wetenswaardigheden. De bevindingen van dit onderzoek bieden een kennisbasis voor verder onderzoek naar de oriëntatie van postduiven. Dergelijk onderzoek kan voor de WOWD en de duivensport belangrijke informatie opleveren t.a.v. omstandigheden die de thuiskomst van duiven van wedstrijdvluchten beïnvloeden.

Klik hier om naar het rapport te gaan op de website van Wageningen Universiteit


Een meteorologische blik op de midfondvlucht Pommeroeul van Afdeling 11 op 5 mei 2012
A.P.M.M. van Dam, A. Winkel, W. van Stralen, L.W. van der Waart, J.F. Gaiser, G.A. van Oortmerssen, J. van der Sluis (2012). Spoor der Kampioenen jrg. 11, nr. 17, p. 19-20.

Samenvatting
De wedvlucht van Afdeling 11 gelost om 13:10 vanuit het Franse Pommeroeul op zaterdag 5 mei 2012 kende een sterk verstoorde thuiskomst. Op zondagavond was slechts zo’n 70% van de duiven thuis. Dit artikel beschrijft een ‘ongevallenanalyse’ uitgevoerd door de WOWD en het Instituut Wedvlucht Begeleiding (IWB). Uit de analyse blijkt dat de verstoorde thuiskomst is veroorzaakt door een complex systeem van opeengehoopte fronten op de vlieglijn. Het artikel benadrukt het risico van fronten op een verstoorde thuiskomst van duiven.

  [PDF, 562 kB]


Effecten van weerselementen, aardmagnetische verstoringen en andere factoren op de thuiskomst van postduiven van 287 wedvluchten, gehouden van 2002 t/m 2005
A. Winkel, G. van Dijk, J.F. Gaiser, W. Kuil, R. Marinus-Jochems, G.A. van Oortmerssen, J. van der Sluis, L.W. van der Waart (2008). Onderzoeksrapport van de werkgroep WOWD i.s.m. het Instituut Wedvlucht Begeleiding (IWB) en Bureau NPO. 108 p.

Samenvatting
Dit rapport beschrijft een studie waarin thuiskomstgegevens en vluchtomstandigheden van 287 wedvluchten middels beschrijvende statistiek zijn bestudeerd. Uit de studie blijkt dat van korte en middellange vluchten met volwassen duiven normaliter meer dan 95% het thuishok al op de dag van lossing bereikt; bij dagfondvluchten lopen thuiskomsten langer door. Verstoorde thuiskomsten komen vooral voor bij vluchten met jonge duiven en soms ook bij volwassen duiven. Risicofactoren op een verstoorde thuiskomst lijken: (1) kopwind of oostelijke zijwind, (2) temperatuur boven 25 graden Celsius, (3) fronten, (4) zones met dichte of lage bewolking, (5) zones met regen, (6) temperatuurinversies, en (7) mist, nevel en zichten tot 5 km. Aardmagnetische verstoringen tot K-index 5 lijken geen effect te hebben op vluchten. Het rapport sluit af met aanbevelingen om de organisatie van het lossen te optimaliseren.

  [PDF, 3.8 MB]


Wat ging er mis tijdens ‘de Duitsland-vluchten’ van 20 en 21 juli 2007?
A. Winkel en G. van Dijk (2007). Nederlands Postduiven Orgaan jrg. 60, nr. 44, p. 19-24.

Samenvatting
In het weekend van 20 en 21 juli 2007 kenden een aantal vluchten gelost in zuidwest Duitsland een verstoorde thuiskomst. Dit artikel beschrijft een ‘ongevallenanalyse’ uitgevoerd door de WOWD.  Uit de analyse blijkt dat de verstoorde thuiskomsten zijn veroorzaakt door een grootschalig koufront. Het artikel benadrukt het risico van fronten op een verstoorde thuiskomst van duiven en wijst verbeterpunten aan voor de organisatie van het lossen.

 [PDF, 4.3 MB]


Waarom kende de vlucht Pithiviers op zaterdag 19 mei een rampzalige thuiskomst?
A. Winkel, J.F. Gaiser, G.A. van Oortmerssen, J. van der Sluis, L.W. van der Waart (2007). Nederlands Postduiven Orgaan jrg. 60, nr. 30, p. 41-43

Samenvatting
De wedvlucht van Afdeling 2 gelost vanuit het Franse Pithiviers op 19 mei 2007 kende een sterk verstoorde thuiskomst. Dit artikel beschrijft een ‘ongevallenanalyse’ uitgevoerd door de WOWD. Uit de analyse blijkt dat de verstoorde thuiskomst is veroorzaakt door een complex frontaal systeem. Het artikel benadrukt het risico van fronten op een verstoorde thuiskomst van duiven.

 [PDF, 2.7 MB]


WOWD enquête ‘verliezen jonge duiven’
J.F. Gaiser, J. Hooimeijer, G.A. van Oortmerssen, C. Reizevoort, J. van der Sluis, L.W. van der Waart (2000). Duivenpost jrg. 2, nr. 1, p. 28-30

Samenvatting
Tijdens het seizoen 1998 voerde de WOWD een landelijke enquête uit naar de omvang van en risicofactoren voor verliezen met jonge postduiven. De bruikbare respons bestond uit 316 duivenliefhebbers met samen 19.450 jonge duiven. Een deel van de resultaten wordt in dit artikel besproken. Uit de enquête blijkt dat in 1998 van elke 100 geboren jonge duiven er circa 6 werden uitgeselecteerd, circa 11 niet terugkeerden van het dagelijks uitvliegen rond het thuishok en circa 25 niet terugkeerden van africhtingen en wedvluchten. Na het seizoen waren nog circa 59 van de 100 jonge duiven aanwezig. Verliezen tijdens wedvluchten traden prominenter op tijdens: (1) de eerste drie wedvluchten, en (2) latere vluchten boven circa 400 km. Het instellen van een afstandslimiet van 400 km voor jonge postduiven lijkt een effectieve maatregel om een deel van de verliezen met jonge duiven te voorkomen. [Een analyse van de risicofactoren voor het verliezen van jonge duiven is uitgevoerd door M. van Blitterswijk. Dit rapport is te vinden op de publicatiepagina: De verzorging]

 [PDF, 2.2 MB]


Discussiestuk over het vliegprogramma voor jonge duiven
J.F. Gaiser, J. Hooimeijer, G.A. van Oortmerssen, C. Reizevoort, J. van der Sluis, L.W. van der Waart (1999). Duivenpost jrg. 1, nr. 2, p. 32-34

Samenvatting
In dit artikel wordt een discussie geopend over het herinrichten van vliegprogramma’s voor jonge duiven. Voorgesteld wordt om dat programma meer vorm te geven als leerschool voor jonge postduiven, bijvoorbeeld door meerdere ‘instapvluchten’ op te nemen. Hierdoor kunnen duivenhouders eens een vlucht overslaan wanneer de weersvoorspelling ongunstig is of wanneer hun jonge duiven niet fit zijn. Ook kunnen jonge duiven die pas na enkele dagen of weken terugkeren van een vlucht na een periode van rust weer ‘herstarten’ met hun opleiding.

 [PDF, 2.74 MB]

 

Belangrijke publicaties van andere (niet-NPO) organisaties

Omdat de WOWD niet over het copyright van deze publicaties beschikt, kunnen deze niet online worden aangeboden.


Wanneer lost de stratus op?
M. Severin (1999)
Duivenpost, jrg. 1, nr. 3, p. 16-17
Artikel van het Weerbureau HWS over weersvoorspellingen van de duivensport

[PDF, 1.01 MB]


Duivensport: wat is de weersverwachting waard?
dr. W. van den Berg (1998)
Cursusmateriaal voor NPO lossingcoördinatoren op 28 februari 1998, MeteoConsult, Wageningen, Nederland, 13 p.


Weersverwachtingen voor de duivensport
KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; jaar onbekend)
Rapport met productinformatie. De Bilt, Nederland, rapport 21 06 050, 10 p.


Natuurlijke invloeden op wedstrijdvluchten met postduiven; een studie
H. Tamboryn (1992)
Onderzoeksrapport van Meteowing Luchtmacht en de Koninklijke Belgische Duivenhouders Bond (KBDB), uitgegeven door Henri Tamboryn, 151 p.


Pigeon homing in relation to geomagnetic, gravitational, topographical, and meteorological conditions
K. Dornfeldt (1990)
Behavioral Ecology and Sociobiology 28, p. 107-123

Klik hier om naar het artikel te gaan op de website van het wetenschappelijke tijdschrift


Inleidende studie over mogelijke weerkundige en geofysische invloeden op wedstrijdvluchten voor reisduiven
dr. G. Schietecat (1988)
Onderzoeksrapport van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), Brussel, België, ISSN 0770-0261,  63 p.


Vluchtbelemmerende weersinvloeden bij postduivenconcoursen
J.F. den Tonkelaar (1972)
Rapport van het Koninklijke Nederlandse Meteorologisch Instituut (KNMI), De Bilt, Nederland, rapport XVII, n41, 19 p.